zondag 11 december 2011

Oude vriendschap roest niet

Er zijn mensen met bijna net zoveel echte vrienden als vrienden in de social media, zeggen ze. Iets wat me bijna onmogelijk lijkt.

Zelf ben ik niet van de massa’s vrienden. De mensen die de titel ‘vriend’ hebben, lopen in de meeste gevallen ook al een poos in mijn leven. 
Het kan zo zijn dat er eens iemand een zijweg in slaat, we even uit elkaar lopen, maar van een afstand elkaar toch blijven gade slaan.
Bijzonder is het eigenlijk best wel dat levens zo heel verschillend kunnen zijn gedurende een periode en dat de wegen elkaar toch weer kruisen.
Je kan bijna niet je hele leven met iemand op hetzelfde pad in het zelfde tempo blijven lopen. Beiden wordt je ouder (gelukkig), maakt ontwikkelingen door en verander je. Soms heb je een periode een hele andere belevingswereld.
Allemaal niet heel gek als je beseft dat ieder mens een heel ander leven leidt.
Gelukkig maar, dat zorgt voor de diversiteit die ons ook weer aantrekkelijk maakt.
Zo kun je zomaar opeens iemand op je pad vinden die weer wat aan je leven toevoegt.

Zelf ben ik wel van de lange vriendschappen met zijwegen en kruisingen.
Grappig en bijzonder vind ik het wel. Je kent elkaar dertig jaar, hebt elkaar meer dan een jaar niet ‘live’ gesproken, dan ontmoet je elkaar weer en is ’t alsof je verder gaat waar je was gebleven de laatste keer. Vanmiddag had ik zo’n moment bij ‘n ‘oude’ vriendin. Twee verschillende levens en toch ook zoveel gemeen omdat je elkaar al zo lang kent. Fijn gevoel is dat.

Laatst hoorde ik iemand praten over een ‘vriendschap die geen moeite kost’.
Mooi gezegd!

zondag 3 april 2011

Dansend door het leven; of toch niet?

Nu had ik toch het idee, dat ik eigenlijk wel klaar was met donkere wolkjes aan de lucht die in mijn hoofd gaan donderen.
Toch….is er dan even een kleine stap terug.
Voor buitenstaanders zal het lijken alsof ik soms lichtvoetig en dansend door het leven ga.
In werkelijkheid is het een soort van dans lijkt het wel. Twee of drie stappen vooruit, swingend op de plaats om daarna, net als ik het niet verwacht, een pas terug zetten. Een heel bijzondere choreografie zit er door mijn leven geweven.
Nu heb ik het geluk dat ik een fijne danspartner heb! Als ik de pas terug doe en even niet meer weet hoe ik weer in het ritme moet komen, dan is hij er en duwt me met zachte hand weer in de juiste pasjes.Fijn gevoel is dat en het werkt ook nog eens.En dan te bedenken dat hij eigenlijk helemaal niet kan dansen.Geluk is het ook om nu te weten dat deze 'dans' een paar dagen duurt. Nu doe ik een paar passen op de plaats en straks kan ik weer even swingen op mijn plaats.

dinsdag 9 november 2010

Mijn Opa, mijn Opa......


Vroeger zongen we samen met mijn oma dit liedje van Annie M.G. Schmidt.
Een echte 'opa' die veel met ons speelde en ondernam was hij niet. Wèl de opa van de grapjes.
Het kon zomaar voorkomen dat je na een bezoekje aan opa en oma, je jas aan deed om een uur later te ontdekken dat je voor schut liep met knijpers ergens aan die jas bevestigd. Woordgrapjes of de lift naar alle verdiepingen sturen en dan voor het raampje van de lift staan lachen. Dat was hij ten voeten uit.

Hij was niet een speel-knutsel-opa. Daarvoor was hij te druk.
Druk met de muziek. Anders dan dat heb ik hem niet gekend. Jarenlang gaf hij thuis muziekles. We moesten dan stilletjes langs het leskamertje. Hij en zijn klarinet waren een welbekend koppel. Hij speelde bij het muziekkorps 'Ons Genoegen' en was daar zo ongeveer zijn hele leven lid van. Daarnaast speelde hij later in nog meer orkesten, deed een opleiding tot dirigent en was dirigent en maakte arrangementen.

Toen ik elf of twaalf jaar was heb ik klarinetles van hem gehad, maar dat was niet een succes. Nadat ik het liedje 'Spanish eyes' kon spelen gaf ik er de brui aan. Waarom? Nou, omdat ik ongeduldig was. Had ik eindelijk gewacht tot mijn handen groot genoeg waren om met mijn vingertoppen de kleppen dicht te houden, moest ik oefenen en oefenen en…..theorie leren en muzieknoten leren lezen. Aan het geduld van opa lag het niet in ieder geval. Jammer, want hij had het natuurlijk wel mooi gevonden; één van de kleinkinderen ook op klarinet. Tenslotte waren zijn kinderen al vertegenwoordigd op trompet, dwarsfluit, saxofoon en klarinet.
Opa was de katalysator tot het oprichten van het majorettenpeleton en ja, dat lokte wel heel erg.
Dus uiteindelijk belandden er drie kleindochters bij de majorettes en twee bij de drumband. Toch nog een leuke score. 'Ons Genoegen' werd dan ook wel 'Bons Genoegen' genoemd.

Afgelopen weekend werd ik met terugwerkende kracht weer trots op hem en zijn klarinet. Samen met vriendin J. ging ik naar een concert van het plaatselijke korps in Menaldum. Daar zou ter ere van het 115 jarig bestaan als gastsolist Allard Buwalda optreden.
Allard Buwalda was ook lid van Ons Genoegen en is van dezelfde leeftijd als vriendin J en mij. Dus, jeugdsentiment. En……Allard heeft het klarinetspelen geleerd van: juist, Opa Bons.
In de pauze hadden we een gesprekje met Allard. Natuurlijk herkende hij ons niet, maar toen ik mijn naam noemde en zei dat ik de kleindochter van Alardus Bons was, wist hij het weer.
Hij had warme herinneringen aan de lessen van opa, het geduld bij het lesgeven en de erg goede klarinettist die hij was. De basis van zijn muziekcarrière was met die lessen gelegd.

Ondanks dat opa er nu al een aantal jaren niet meer is, ontroerden de verhalen me en was ik de trotse kleindochter van Alardus Bons. Hij zal op zijn wolkje gezeten hebben en oma aan hebben gestoten: 'hoorst dat Wim?'.

Ja, mijn opa.


dinsdag 13 juli 2010

Waar mannen kleine jongens in zijn!!

Oranje, wat kan je? Nou ze hebben dan toch de tweede plaats behaald op het WK! Bijzonder om te zien hoe weken tevoren de huizen al worden versierd met de meest vreselijke (in mijn ogen dan) oranje tierelantijnen.
Natuurlijk zijn de eerdere attributen zorgvuldig bewaard op zolders en in bergingen. Want iedere paar jaar is er een voetbalfeest en dan komen de kleine jongens in volwassen mannen naar boven. Van de versierderij met Kerst, Pasen en wat al niet meer, moeten ze niets hebben, de mannen. "Kan de boom niet met versiering en al naar zolder?" "Nee, dat kan niet!" Kennelijk zijn die tradities echt iets voor vrouwen.
Van verkleden houden ze normaal ook niet zo, de mannen. Maar bij de kleur oranje gooien ze opeens alle vooroordelen overboord en zijn ze zelfs bereid om -geheel vrijwillig!- als in oranje verklede vrouw de straat op te gaan.
'Voetbal is emotie' roepen de kenners. Nou dat zal dan wel. 'Een man mag niet huilen' werd er ook gezongen. De meeste mannen tonen het liefst niet hun emoties; dat is alleen maar lastig. Toch heel gek wat dat voetbal dan teweeg brengt! Huilende mannen en dan ook nog in oranje gekleed!
Nu dacht ik dat vriendlief lekker nuchter is: 'als Nederland verliest, ga ik gewoon slapen en de volgende dag weer aan het werk.' Maar ja, dan belt een vriend en die stelt voor met een paar mannen naar de huldiging van het Elftal in Amsterdam te gaan. Zo'n aanbof sla je natuurlijk niet af! Ja, maar dan moet je wel in iets van oranje gekleed. Geen punt, " 't vrouwtje" scoort een leuk jasje in de opruiming bij een raustent en je doet leuk mee bij de mannen.
Normaal ook een hekel aan 't vroeg opstaan, maar vanochtend fluitend uit bed gekomen en om 8 uur goedgemutst opgepikt in zijn oranje jasje.
Conclusie is volgens mij dat mannen dus gewoon kleine jongens worden als het om voetballen gaat en helemaal als dat het Nederlands Elftal (of Cambuur!) is!

dinsdag 25 mei 2010

Waardevol

Met sommige mensen heb je een klik of band, of hoe je het ook wilt noemen. Blij word ik daarvan. Die mensen zijn ook niet voor niets je vrienden.
Geen hyves vrienden (niet dat ik die ook maar heb overigens), maar mensen van vlees en bloed, tastbaar, warm en eerlijk (of dat nu fijn is of niet).
Vrienden die oprecht blij voor je zijn, je goede dingen en gebeurtenissen gunnen, maar er dan wel voor je zijn.
Als dan zo'n vriend(in) ook nog familie is, dan voelt dat als een bonus.
Zo'n nicht heb ik, en dan niet zó maar één. Samen hebben we 'nichtendag' of een 'nichtenuitje'. Van iets heel simpels iets leuks maken. Bijpraten over van alles, praten over het 'leven' en ondertussen de toestand in de wereld dan ook nog even doornemen. Helemaal fijn!
Gister hadden we zo'n leuk uitje.
Even door de stad, even zitten, hapje eten met -natuurlijk- een droge, witte wijn. Daarna naar een bijeenkomst van een schrijver, die het leven fijn beschrijft en ervan geniet en waar wij dan ook weer van kunnen genieten.
Van zo'n uitje zit ik dan na te genieten de volgende dag. Als je dan ook nog een berichtje krijgt dat zo'n gevoel na een uitje wederzijds is, voelt dat erg waardevol.

Bonsien

dinsdag 13 april 2010

Bubbly


Het bubbelt binnen in mijn lijf,
omdat het lente is, de zon schijnt en
ik denk aan het liedje van Colbie Caille:


It starts in my toes

make me crinkle my nose

where ever it goes

i always know

that you make me smile

please stay for a while now

just take your time

where ever you go


Zo voelt het dus, 40plus en na bijna een jaar nog verliefd!

Bonsien

Ik ben niet bang voor de tandarts……….of toch wel!?

Generatiegenoten kennen de reclame nog wel van Colgate; 'ik ben niet bang voor de tandarts, want ik heb zo goed gepoetst'.
Nou ik ben wel bang voor de tandarts, ook al heb ik heel goed gepoetst, geflosst en met mondwater gegorgeld! Niet dat de tandarts me ooit echt pijn heeft gedaan (op de voor- en napijn van een wortelkanaalbehandeling na), maar ik ben de magische grens van 40 jaar gepasseerd. Dan lijkt het verval nu en dan zijn intrede te gaan doen. Zoals vullingen die vervangen moeten worden.

Nu zit ik overdag op kantoor de hele dag in de herrie. Zowel buiten als binnen het kantoorgebouw lijk ik te zijn beland in een enorm grote bouwput.
Nou is dat nog niet zo erg zou je denken.
Klopt, maar als je bijna naar de tandarts moet is dat iets anders. De hele dag hoor ik boor- en klopgeluiden om me heen. Met name die boorgeluiden gaan door merg en been.

Goed dat is de situatie. Imagine. Ik moet naar de tandarts en weet dat ze gaan boren. Wat de lieftallige Zuid-Afrikaanse tandarts precies gaat doen is me niet precies duidelijk. Gek, hoor ik je denken. Ja, dat zal. Maar ze spreekt Nederlands met een vet Zuid-Afrikaans accent. In normale situaties klinkt dat leuk, maar als je echt wilt weten wat er loos is, kan het lastig zijn. Het klinkt allemaal grappig en leuk zo'n accent, maar ondertussen lig je wel machteloos en overgeleverd in die stoel!
Waar ben ik dan bang voor? Nou gewoon voor het feit dat ze me nooit pijn doet, maar dat het zomaar wel eens zo zou kunnen zijn dat ze dat nu wel gaat doen. Eens moet de eerste keer zijn toch?
Gelukkig is dat ook deze keer weer niet het geval geweest, dat ze me pijn heeft gedaan bedoel ik.
Dus ga ik bijna fluitend (dat kan niet want mijn tong is nog verdoofd aan één kant) op de fiets terug naar kantoor.

Hoe was de spreuk ook weer; de mens lijdt het meest onder de vrees?
Ben ik dus een duidelijk voorbeeld van!!

Bonsien